Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2012:BV1801

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
17 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/244 WWB + 11/245 WWB + 11/246 WWB
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21a BeroepswetArt. 8:75 Algemene wet bestuursrechtBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Intrekking hoger beroep en veroordeling in proceskosten door Centrale Raad van Beroep

Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Arnhem betreffende drie zaken onder registratienummers 09/3364, 08/4729 en 10/1846. Tijdens de zitting op 6 december 2011 heeft het College het hoger beroep ingetrokken.

Betrokkene verzocht vervolgens om veroordeling van het College in de proceskosten die betrokkene redelijkerwijs had moeten maken in verband met het hoger beroep. Het College stemde tijdens de zitting in met deze veroordeling.

De Centrale Raad van Beroep overwoog dat op grond van artikel 21a van de Beroepswet het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep veroordeeld kan worden in de proceskosten. De Raad veroordeelde het College in de proceskosten van betrokkene, begroot op € 874,-- voor verleende rechtsbijstand.

De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 17 januari 2012, waarbij de voorzitter en leden het vonnis uitspraken in aanwezigheid van de griffier.

Uitkomst: Het College is veroordeeld in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 874,--.

Uitspraak

11/244 WWB
11/245 WWB
11/246 WWB
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 21a van de Beroepswet in verband met het hoger beroep van:
het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Nijmegen (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Arnhem van 2 december 2010, 09/3364, 08/4729 en 10/1846 (hierna: aangevallen uitspraak),
in de gedingen tussen:
[Betrokkene], wonende te [woonplaats] (hierna: betrokkene)
en
appellant
Datum uitspraak: 17 januari 2012
I. PROCESVERLOOP
Appellant heeft hoger beroep ingesteld.
Namens betrokkene heeft mr. P.L.O. van de Waarsenburg, advocaat te Nijmegen, een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 december 2011, samen met de gevoegde zaak van appellant met registratienummer 11/247 WWB, de gevoegde zaken van [C.] met registratienummers 11/201 WWB tot en met 11/204 WWB en de gevoegde zaken van appellant met registratienummers 11/240 WWB tot en met 11/243 WWB. Ter zitting waren aanwezig betrokkene, bijgestaan door mr. Van de Waarsenburg, en [C.], bijgestaan door mr. G.C.L. van de Corput, advocaat te Breda. Appellant heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. H.A.M. van Gerwen, werkzaam bij de gemeente Nijmegen.
Appellant heeft het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak ter zitting ingetrokken. Vervolgens heeft betrokkene een verzoek om veroordeling van appellant in de proceskosten in hoger beroep gedaan. Ter zitting heeft appellant met een veroordeling ingestemd.
II. OVERWEGINGEN
1. Artikel 21a, eerste lid, eerste volzin, van de Beroepswet bepaalt dat in geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan, het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan worden veroordeeld in de proceskosten.
2. De Raad ziet aanleiding om appellant te veroordelen in de proceskosten die betrokkene in verband met het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten worden, met inachtneming van het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 874,-- voor verleende rechtsbijstand (1 punt voor het verweerschrift in hoger beroep en 1 punt voor het verschijnen ter zitting).
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene tot een bedrag van € 874,--.
Deze uitspraak is gedaan door J.C.F. Talman als voorzitter en E.J.M. Heijs en E.C.R. Schut als leden, in tegenwoordigheid van N.M. van Gorkum als griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 17 januari 2012.
(get.) J.C.F. Talman.
(get.) N.M. van Gorkum.
IJ