ECLI:NL:CRVB:2012:BV1893
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar het College van burgemeester en wethouders van Purmerend stelde na onderzoek vast dat zij vanaf 1 januari 2005 een gezamenlijke huishouding voerde met [A.], zonder dit te melden. Op grond hiervan trok het College de bijstand in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde dat appellante en [A.] hun hoofdverblijf op hetzelfde adres hadden, wat met de geboorte van kinderen uit hun relatie een gezamenlijke huishouding oplevert volgens de WWB.
De verklaring van appellante tijdens het verhoor door sociaal rechercheurs werd als betrouwbaar beschouwd, mede ondersteund door observaties en getuigenverklaringen. De Raad oordeelde dat artikel 6 EVRM Pro niet van toepassing is omdat het geen strafrechtelijke procedure betreft.
Daarmee was het College bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Appellante voerde geen zelfstandige gronden aan tegen deze bevoegdheid. De Raad wees het hoger beroep af en bevestigde de eerdere uitspraak zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.