ECLI:NL:CRVB:2009:BI6036
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand als alleenstaande ouder, maar na een anonieme melding startte de sociale recherche een onderzoek naar haar situatie. Uit dossieronderzoek, observaties en verhoren bleek dat zij een gezamenlijke huishouding voerde met [B.], hetgeen leidde tot intrekking van haar bijstand en terugvordering van de kosten.
Appellante voerde aan dat haar verklaring bij de sociale recherche onrechtmatig was verkregen omdat zij geen advocaat mocht bijstaan, verwijzend naar EHRM-arresten Salduz en Panovits. De Raad oordeelde dat deze beschermingen niet van toepassing zijn in bestuursrechtelijke procedures zoals deze en dat het bewijs niet onrechtmatig was verkregen.
Verder stelde appellante dat er geen sprake was van een gezamenlijke huishouding en dat het onderscheid in de WWB in strijd was met het verbod op discriminatie. De Raad verwierp deze bezwaren, onder meer omdat de verklaringen van appellante en [B.] consistent waren en er geen zorgbehoefte was vastgesteld.
De Raad concludeerde dat appellante de inlichtingenplicht had geschonden en dat het College terecht de bijstand had ingetrokken en teruggevorderd. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.