ECLI:NL:CRVB:2012:BV1911
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- E.J. Govaers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen een uitspraak van de rechtbank Haarlem waarin een besluit van het College van burgemeester en wethouders van Purmerend werd bevestigd. Het College had vastgesteld dat appellant vanaf 1 januari 2005 een gezamenlijke huishouding voerde met [L.], zonder dit te melden, waardoor aan [L.] ten onrechte bijstand en kinderopvangtoeslag waren verstrekt.
De Raad verklaart zich onbevoegd om kennis te nemen van het hoger beroep voor zover dit betrekking heeft op de terugvordering van de tegemoetkoming op grond van de Wet kinderopvang. Dit deel van het hoger beroep wordt doorgezonden naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Voor de terugvordering van de bijstand is vastgesteld dat appellant en [L.] een gezamenlijke huishouding voerden en dat appellant de persoon is met wiens middelen rekening moest worden gehouden. Omdat [L.] haar inlichtingenverplichting niet is nagekomen en gezinsbijstand niet is verleend, is het College bevoegd de kosten van de bijstand mede van appellant terug te vorderen.
De Raad oordeelt dat het College redelijk gebruik heeft gemaakt van deze bevoegdheid en wijst het hoger beroep af voor zover het de bijstand betreft. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding en verklaart zich onbevoegd voor het deel over de Wet kinderopvang.