ECLI:NL:CRVB:2012:BV1981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Recht op inkomensvoorziening onder de Wet investeren in jongeren ondanks geen recht op werkleeraanbod
Betrokkene, een student die de maximale studiefinanciering had ontvangen, vroeg een werkleeraanbod en inkomensvoorziening aan onder de Wet investeren in jongeren (WIJ). De gemeente wees dit af omdat betrokkene onderwijs volgde dat door het Rijk werd bekostigd en hij geen recht had op een werkleeraanbod. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van recht op een werkleeraanbod niet automatisch het recht op een inkomensvoorziening uitsluit en kende betrokkene een inkomensvoorziening toe.
De gemeente ging in hoger beroep en stelde dat recht op een werkleeraanbod een voorwaarde is voor het recht op een inkomensvoorziening. De Raad verwierp dit standpunt en stelde dat de wetgever in de WIJ geen dergelijke voorwaarde heeft opgenomen. Ook wees de Raad erop dat de Wet studiefinanciering 2000 als passende voorziening geldt, maar dat betrokkene daar geen beroep meer op kon doen.
De Raad bevestigde dat het recht op een inkomensvoorziening niet afhankelijk is van het recht op een werkleeraanbod en dat de weigering van de inkomensvoorziening onterecht was. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en de gemeente werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad bevestigt dat betrokkene recht heeft op een inkomensvoorziening ondanks het ontbreken van recht op een werkleeraanbod.