ECLI:NL:CRVB:2012:BV2003
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens verzwijging gezamenlijke huishouding met kind
De zaak betreft hoger beroepen tegen uitspraken van de rechtbank Roermond inzake de intrekking en herziening van bijstandsuitkeringen aan betrokkene 1 en betrokkene 2. Het College had de bijstand ingetrokken wegens verzwijging van een gezamenlijke huishouding, waarbij uit hun relatie een kind is geboren.
De Centrale Raad van Beroep heeft vastgesteld dat betrokkene 2 zijn hoofdverblijf had in de woning van betrokkene 1 gedurende de relevante periode, ondanks dat zij op verschillende adressen stonden ingeschreven. Dit werd onderbouwd met verklaringen, observaties en verklaringen van buren. De Raad verwierp stellingen over onrechtmatig verkregen bewijs.
De Raad oordeelde dat de gezamenlijke huishouding objectief moet worden beoordeeld, waarbij het feit dat een kind uit de relatie is geboren en het hoofdverblijf in dezelfde woning bepalend is. Hierdoor was het College gerechtigd de bijstand te herzien en terug te vorderen.
De Raad vernietigde één uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van 11 augustus 2009 ongegrond. De overige beroepen van betrokkenen werden afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstand werd terecht ingetrokken wegens gezamenlijke huishouding; het beroep tegen het besluit van 11 augustus 2009 wordt ongegrond verklaard.