ECLI:NL:CRVB:2012:BV2381
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake herziening WW-uitkering en boete
Appellant betwistte het besluit van het UWV van 3 juni 2009 inzake de herziening en terugvordering van zijn WW-uitkering over de periode juni 2005 tot januari 2006 en de opgelegde boete van €350. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders.
De Raad stelt vast dat het besluit van 23 september 2010 een nieuw besluit is dat het eerdere besluit vervangt. Het bezwaar tegen het besluit van 20 januari 2009 is te laat ingediend en daardoor in rechte onaantastbaar. De Raad beperkt zich daarom tot de vraag of er nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn, wat niet het geval is.
Appellant had op werkbriefjes nul uren als zelfstandige opgegeven, terwijl hij volgens eigen verklaring minimaal 1225 uur had gewerkt. Hij heeft niet voldaan aan zijn inlichtingenverplichting en kon geen beroep doen op misleiding door de re-integratiecoach. De opgelegde boete is proportioneel en terecht.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het beroep tegen het besluit van 3 juni 2009 gegrond en het beroep tegen het besluit van 23 september 2010 ongegrond. Het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 23 september 2010 wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 3 juni 2009 gegrond verklaard met vernietiging van de uitspraak van de rechtbank.