ECLI:NL:CRVB:2012:BV2538
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- D.J. van der Vos
- Rechtspraak.nl
Weigering verhoging WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs toename arbeidsongeschiktheid
Appellant ontvangt sinds 2000 een WAO-uitkering, laatstelijk herzien in november 2000 naar 25-35% arbeidsongeschiktheid. Het UWV heeft de uitkering per 2007 onveranderd gelaten, omdat de vermeende toename van arbeidsongeschiktheid pas per 1 april 2006 zou zijn ingetreden. Appellant stelt dat de toename eerder, in 2004, plaatsvond en dat hij aanspraak maakt op een verkorte wachttijd.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep bevestigt de Raad dat onvoldoende medische aanwijzingen zijn voor een eerdere toename dan 1 april 2006. Ook voldoet appellant niet aan de voorwaarden voor de verkorte wachttijd. Ten aanzien van het tweede besluit, waarin het UWV stelt dat de toename voortkomt uit een kennelijk andere oorzaak, oordeelt de Raad dat dit niet het geval is. De psychische klachten vormen een samenhangend geheel en de toename is niet een kennelijk andere oorzaak.
De Raad vernietigt het tweede besluit, verklaart het beroep gegrond en beveelt het UWV een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van appellant en bepaalt vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Besluit I wordt bevestigd, besluit II vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.