ECLI:NL:CRVB:2012:BV2664
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- M. Greebe
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische grondslag
Betrokkene ontving een WAO-uitkering wegens psychische klachten, die door het UWV werd herzien en uiteindelijk ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheidspercentage van minder dan 15%. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit en de rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het besluit en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen.
In hoger beroep stelde betrokkene dat haar beperkingen niet juist waren ingeschat en verzocht om een onafhankelijke deskundige. De Raad benoemde een psychiater die concludeerde dat betrokkene niet in staat was een volledige werkweek te werken, wat afweek van het UWV-oordeel. De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige en oordeelde dat het bestreden besluit onvoldoende medische grondslag had.
De Raad droeg het UWV op de medische grondslag aan te passen aan het deskundigenoordeel en op basis daarvan een nieuw besluit te nemen. Hiermee werd het eerdere besluit van het UWV vernietigd en de intrekking van de WAO-uitkering voorlopig teruggedraaid.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen de medische grondslag van het besluit aan te passen aan het oordeel van een onafhankelijke deskundige en een nieuw besluit te nemen.