ECLI:NL:CRVB:2012:BV2775
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging WAO-uitkering en bijduiding functie conciërge/huismeester
Appellant ontving sinds 1983 een WAO-uitkering, laatstelijk naar een mate van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na een herbeoordeling in 2006 stelde het UWV vast dat appellant beperkingen had en herzag de uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid, gebaseerd op drie geselecteerde functies waaronder conciërge/huismeester.
De rechtbank oordeelde in 2010 dat appellant niet geschikt was voor de functie van conciërge/huismeester vanwege een overschrijding van de belastbaarheid op het item 'knielen of hurken', maar dat het UWV functies mocht bijduiden die in het verlengde liggen van reeds geselecteerde functies. Het UWV duidde daarom een verwante functie binnen dezelfde sbc-code bij en handhaafde de uitkering op 15-25%.
In hoger beroep bevestigt de Centrale Raad van Beroep dat appellant geschikt is voor de bijgeduide functie en dat het UWV terecht uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank. De medische grondslag is onherroepelijk vastgesteld, waardoor de stelling van appellant over een gelijkblijvende medische situatie niet meer aan de orde is. De Raad wijst het beroep af en bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de WAO-uitkering en de bijduiding van de functie van conciërge/huismeester.