ECLI:NL:CRVB:2012:BV2879
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellant en zijn ex-echtgenote [T.] voerden gedurende de relevante periode een gezamenlijke huishouding zonder dit aan het college te melden. Het college stelde na onderzoek, waaronder observaties en getuigenverklaringen, vast dat er sprake was van een gezamenlijke huishouding en trok de bijstand van [T.] met terugwerkende kracht in. Tevens werd de bijstand teruggevorderd van zowel [T.] als appellant.
Appellant voerde aan dat de Sociale Recherche geen behoorlijk onderzoek had gedaan en dat het onweerlegbaar rechtsvermoeden in strijd was met het eerlijk proces en het EVRM. Deze bezwaren werden verworpen; het onderzoek was adequaat en er was geen strijd met artikel 6 of Pro 8 EVRM.
Verder stelde appellant dat de terugvordering niet redelijk was omdat hij geen inkomsten had en dat het terugvorderen een strafmaatregel zou zijn. De Raad oordeelde dat het aan appellant was om aannemelijk te maken dat hij recht had op aanvullende bijstand en dat de terugvordering een reparatoir karakter heeft, geen strafrechtelijk.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep van appellant af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd.