ECLI:NL:CRVB:2012:BV2913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAO-uitkering wegens niet meewerken aan medisch onderzoek
Appellant verzocht om een WAO-uitkering, die door het UWV werd geweigerd omdat hij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar en eerdere procedures werd een nieuw medisch onderzoek in Nederland noodzakelijk geacht door een internist, orthopeed en psychiater. Appellant verscheen niet op de oproepen voor deze onderzoeken.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht het recht op uitkering buiten aanmerking had gelaten op grond van artikel 30a van de WAO. In hoger beroep voerde appellant aan dat de noodzaak van het onderzoek onvoldoende was gemotiveerd en dat het onderzoek ook in Marokko had kunnen plaatsvinden.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts voldoende had gemotiveerd waarom aanvullend onderzoek in Nederland noodzakelijk was om de belastbaarheid per datum in geding te beoordelen. Omdat appellant niet meewerkte, was het besluit van het UWV terecht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de WAO-uitkering bevestigd wegens niet meewerken aan medisch onderzoek.