ECLI:NL:CRVB:2012:BV3065
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel betaalde IOAZ-uitkering ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Appellant ontving vanaf 1 maart 2007 een IOAZ-uitkering die werd vastgesteld op de bruto grondslag voor gehuwden, terwijl ten onrechte de WAO-uitkering van zijn echtgenote netto werd verrekend. Het dagelijks bestuur herzag de uitkering bij besluit van 4 september 2008 en vorderde de te veel betaalde bedragen terug. Appellant maakte geen bezwaar tegen het herzieningsbesluit, waardoor dit in rechte onaantastbaar werd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen de terugvordering ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel waren geschonden en dat er dringende redenen waren om terugvordering te voorkomen. De Raad oordeelde dat het herzieningsbesluit bindend is en dat de wet het dagelijks bestuur verplicht tot terugvordering, tenzij dringende redenen zich voordoen.
Appellant kon geen dringende redenen aantonen die zouden leiden tot kwijtschelding. De aangeleverde financiële overzichten betroffen bovendien niet de relevante periode. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De terugvordering van de te veel betaalde IOAZ-uitkering wordt bevestigd, het beroep van appellant wordt afgewezen.