ECLI:NL:CRVB:2012:BV3783
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking Wajong-uitkering per 1 januari 2010 vereist nieuw primair besluit en doorzending naar UWV
Appellante diende een aanvraag in voor een Wajong-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid vanaf haar zeventiende verjaardag. Het UWV kende haar aanvankelijk een uitkering toe met een arbeidsongeschiktheid van 55-65%. Na bezwaar herzag het UWV dit besluit en trok de uitkering per 1 januari 2010 in op basis van een gewijzigde verzekeringsgeneeskundige en arbeidskundige grondslag.
De rechtbank oordeelde dat het herzieningsbesluit een besluit op bezwaar was en vernietigde het besluit vanwege onzorgvuldigheid, maar liet de rechtsgevolgen in stand. In hoger beroep stelde appellante dat de intrekking een nieuw primair besluit betrof waartegen een nieuw bezwaar had moeten worden ingediend.
De Raad concludeerde dat de intrekking per 1 januari 2010 niet binnen de reikwijdte van het oorspronkelijke besluit viel en daarom niet als besluit op bezwaar kon worden gezien. Dit besluit moest als een nieuw primair besluit worden behandeld, waarvoor eerst een bezwaarschrift bij het UWV had moeten worden ingediend. De Raad vernietigde het deel van de uitspraak dat de rechtsgevolgen in stand liet en zond het beroep door aan het UWV ter behandeling als bezwaarschrift.
Daarnaast veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De intrekking van de Wajong-uitkering per 1 januari 2010 is een nieuw primair besluit dat eerst via een bezwaarschrift bij het UWV behandeld moet worden; het beroep wordt doorgezonden en de proceskosten worden aan appellante toegewezen.