ECLI:NL:CRVB:2012:BV5035
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag maatschappelijke opvang wegens ontbreken geldige verblijfstitel
Appellante, een vreemdeling zonder geldige verblijfstitel, vroeg op 23 december 2009 om toelating tot maatschappelijke opvang volgens de Wmo. Haar aanvraag werd afgewezen door het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam omdat zij niet rechtmatig in Nederland verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze afwijzing ongegrond en wees een schadevergoeding af.
In hoger beroep betoogde appellante dat haar rechten op grond van artikel 3 en Pro 8 van het EVRM waren geschonden. De Raad stelde vast dat het College bevoegd was om de aanvraag af te wijzen en dat de weigering niet in strijd was met artikel 8 EVRM Pro, mede omdat appellante gedurende de relevante periode feitelijk onderdak had bij vrienden en betrokken bleef bij de zorg voor haar dochter.
De Raad oordeelde dat het beroep op artikel 8 EVRM Pro niet slaagt en dat het beroep op artikel 3 EVRM Pro geen nadere bespreking behoeft. De afwijzing van de aanvraag en het ontbreken van schadevergoeding werden bevestigd, waarmee het hoger beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van de aanvraag maatschappelijke opvang wordt bevestigd zonder toekenning van schadevergoeding.