ECLI:NL:CRVB:2012:BV6115
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- C.W.J. Schoor
- H.J. Simon
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ANW-uitkering wegens onjuiste beoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante diende begin 2002 een aanvraag in voor een nabestaandenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet (ANW) na het overlijden van haar echtgenoot. De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees de aanvraag af omdat zij meende dat appellante niet arbeidsongeschikt was. Na bezwaar en een gerechtelijke uitspraak werd de zaak terugverwezen voor een nieuwe beslissing.
De medische en arbeidskundige beoordelingen concludeerden dat appellante geschikt was voor haar eigen werk en passende arbeid, maar de Raad stelde vast dat de Svb niet tijdig en adequaat had onderzocht of appellante op 19 februari 2002 en de daaropvolgende drie maanden arbeidsongeschikt was. Door het lange tijdsverloop, toe te schrijven aan de Svb, was een juiste beoordeling niet meer mogelijk. De Raad hechtte daarom doorslaggevende waarde aan verklaringen van Spaanse artsen die spraken van totale functionele beperkingen.
De Raad oordeelde dat appellante recht heeft op een nabestaandenuitkering over de periode van het overlijden tot 31 juli 2002, waarna zij geschikt werd bevonden voor haar eigen werk. Daarnaast veroordeelde de Raad de Svb tot betaling van een schadevergoeding van € 2.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn en tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het besluit van de Svb werd vernietigd en de Svb werd opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het besluit van de Svb en veroordeelt de Svb tot betaling van een nabestaandenuitkering en schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.