ECLI:NL:CRVB:2012:BV6251
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de voorzitter van de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep, stellende dat de rechter vooringenomen zou zijn vanwege procedurele beslissingen en het niet laten spreken van verzoeker.
De Raad oordeelde dat wraking niet bedoeld is als middel tegen procedurele beslissingen en dat de enkele omstandigheid dat de rechter verzoeker niet altijd aan het woord liet of vermeend verkeerde onderwerpen aansneed, geen aanwijzing vormt voor vooringenomenheid.
Ook het niet kunnen onderscheiden van een rekening van een stichting of natuurlijk persoon door de rechter leidt niet tot een objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.
De Raad concludeerde dat de feiten en omstandigheden onvoldoende zijn om de onpartijdigheid van de rechter in twijfel te trekken en wees het wrakingsverzoek af.
De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer, waarbij de voorzitter en leden unaniem het verzoek verwierpen.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de rechter wordt afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor vooringenomenheid.