ECLI:NL:CRVB:2012:BV6379
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand en terugvordering wegens schending inlichtingenplicht bij handel in caravans
Appellant ontving bijstand over meerdere perioden tussen april 2006 en februari 2008. Uit onderzoek bleek dat twaalf caravans op zijn naam stonden, waarvan elf werden geëxporteerd naar Polen. Het college trok de bijstand over de maanden waarin export plaatsvond in en vorderde €6.403,31 terug wegens het niet melden van deze transacties.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. Appellant voerde aan dat hij slechts een vriendendienst had verleend en niet handelde in caravans. De Raad oordeelde dat de vooronderstelling gerechtvaardigd is dat appellant handelde in caravans en inkomsten ontving. Hij slaagde er niet in dit te weerleggen met concrete en verifieerbare gegevens.
De vrijspraak door de politierechter leidde niet tot een ander oordeel, aangezien bestuursrechtelijke procedures een andere rechtsvraag en procesrecht kennen. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 21 februari 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van bijstand en terugvordering wegens schending van de inlichtingenplicht.