ECLI:NL:CRVB:2012:BV6488
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalig zelfstandig restauranthouder, ontving sinds 1995 een arbeidsongeschiktheidsuitkering die in 1998 werd omgezet in een WAZ-uitkering. Na een herbeoordeling concludeerde het UWV dat appellant geschikt was voor passende arbeid zonder relevant verlies aan verdiencapaciteit, wat leidde tot intrekking van de uitkering per 1 juni 2009.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat de medische beoordeling en de aan de schatting ten grondslag gelegde functies passend waren. Appellant voerde in hoger beroep aan dat zijn beperkingen werden onderschat, dat hij niet acht uur per dag actief kon zijn, en dat onvoldoende rekening was gehouden met medicatie en psychische klachten.
De Raad overwoog dat de bezwaarverzekeringsarts een uitgebreid onderzoek had verricht, inclusief dossierstudie en het betrekken van medische informatie van specialisten. De Raad volgde het oordeel dat de beperkingen gering waren en niet leidden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid dan aangenomen. De stelling dat appellant niet fulltime kon werken, was niet medisch onderbouwd.
De arbeidskundige onderbouwing was voldoende gemotiveerd en de functies als sorteerder, controleur, machinaal metaalbewerker en productiemedewerker waren passend. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd. Verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De intrekking van de WAZ-uitkering wordt bevestigd; het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.