ECLI:NL:CRVB:2012:BV6743
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Beoordeling intrekking WAO-uitkering na medische en arbeidskundige herbeoordeling
Appellante ontving sinds 1998 een WAO-uitkering en verzocht na een ongeval in 2007 om verhoging van haar uitkering wegens toegenomen klachten. Het UWV stelde de arbeidsongeschiktheid per 30 oktober 2007 lager vast dan appellante aannam, maar handhaafde uit coulance de uitkering tot 3 augustus 2008. Bij twee besluiten introk het UWV uiteindelijk de uitkering per 3 augustus 2010. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en het tweede ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak voor zover het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk werd verklaard, omdat appellante wel degelijk belang heeft bij beoordeling van dat besluit. De Raad oordeelt dat het UWV de arbeidsongeschiktheid niet heeft onderschat. Uit medische rapporten blijkt dat de beperkingen juist zijn vastgesteld en dat appellante in staat is passende functies te vervullen.
Met betrekking tot het tweede besluit stelt de Raad vast dat dit geen nieuw primair besluit is, maar een wijziging van het eerste besluit. Het medisch oordeel dat de situatie sinds 2007 niet fundamenteel is veranderd wordt onderschreven. De intrekking van de WAO-uitkering per 3 augustus 2010 is rechtsgeldig. De Raad veroordeelt het UWV in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering door het UWV is rechtsgeldig.