ECLI:NL:CRVB:2012:BV7069
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek wettelijke rente en aanvullende schadevergoeding wegens termijnoverschrijding UWV
Appellante verzocht het UWV om vergoeding van wettelijke rente over nabetaalde uitkeringen en proceskosten. Het UWV wees het verzoek af omdat geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden waren aangevoerd. De Raad bevestigde dat het UWV het verzoek tot verdere vergoeding van wettelijke rente terecht heeft afgewezen.
De rechtbank had geoordeeld dat het UWV niet bevoegd was over het invaliditeitspensioen te beslissen; dit werd bevestigd. Verder kende het UWV een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn in de bestuurlijke fase van de procedures, maar de Raad stelde vast dat deze vergoeding onvoldoende was en bepaalde een aanvullende schadevergoeding van €1.680,-.
De vordering tot vergoeding van wettelijke rente over de proceskosten werd afgewezen omdat betaling binnen een redelijke termijn had plaatsgevonden. De Raad vernietigde delen van de aangevallen uitspraak en bevestigde de overige onderdelen, waaronder de afwijzing van het verzoek tot verdere wettelijke rentevergoeding.
Uitkomst: Het verzoek tot vergoeding van wettelijke rente wordt afgewezen en het UWV moet een aanvullende schadevergoeding van €1.680,- betalen wegens overschrijding van de redelijke termijn.