ECLI:NL:CRVB:2012:BV7110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling blokkering, intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-naleving inlichtingenplicht en vermogen
Appellanten ontvingen bijstand en werden verdacht van het niet volledig verstrekken van inlichtingen over hun vermogen, mede vanwege het bezit van een Audi die niet op hun naam stond maar op naam van een dochter. Het College blokkeerde de bijstand en trok deze later in, met terugvordering van de kosten.
De Raad oordeelde dat het College op goede gronden een gegrond vermoeden had voor de blokkering, gebaseerd op verklaringen en onderzoek van de sociale recherche. De Audi werd, ondanks registratie op naam van de dochter, geacht tot het vermogen van appellanten te behoren vanwege feitelijke beschikkingsmacht en gebruik.
Appellanten hadden de gevraagde bankgegevens niet tijdig verstrekt, waardoor de intrekking van bijstand vanaf 1 oktober 2008 gerechtvaardigd was. De terugvordering van kosten van conservatoir en executoriaal beslag werd eveneens bevestigd, waarbij de Raad oordeelde dat de brief over de conservatoir beslagkosten geen besluit was en dat invorderingskosten terecht werden doorberekend.
De verzoeken tot schadevergoeding werden afgewezen. De Raad bevestigde alle aangevallen uitspraken van de rechtbank Groningen en handhaafde de besluiten van het College.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de blokkering, intrekking en terugvordering van bijstand en wijst het verzoek om schadevergoeding af.