ECLI:NL:CRVB:2012:BV7176
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.J.A. Kooijman
- M. Hillen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek verhoging bijstand wegens verblijfstitel echtgenoot en gezinsleven
Appellante, samenwonend met haar echtgenoot zonder verblijfstitel en kinderen, ontvangt bijstand volgens de norm voor een alleenstaande met een toeslag van 10%. Zij verzocht om verhoging naar de gehuwdennorm of een hogere toeslag, maar het college wees dit af omdat haar echtgenoot geen recht heeft op bijstand. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelt appellante dat het niet verhogen van haar uitkering een inbreuk maakt op haar gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro, mede omdat zij haar echtgenoot niet kan uitsluiten uit haar verzorging. De Raad toetst dit aan de relevante bepalingen van de WWB en de toeslagenverordening.
De Raad oordeelt dat de norm voor alleenstaanden met een toeslag van 10% passend is, en dat toekenning van de gehuwdennorm niet mogelijk is zolang de echtgenoot geen recht op bijstand heeft. Verder vormt deze regeling geen inbreuk op artikel 8 EVRM Pro, mede vanwege de ruime beoordelingsvrijheid van de staat bij publieke middelen en het vreemdelingenbeleid. Ook blijkt dat de kinderen financieel bijdragen aan de noodzakelijke kosten.
Daarom wordt het hoger beroep van appellante afgewezen en blijft de eerdere uitspraak in stand. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de bijstand blijft vastgesteld naar de norm voor een alleenstaande met een toeslag van 10%.