ECLI:NL:CRVB:2012:BV7186
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten volmacht en ondervolmachtstelling
Betrokkene vroeg bijzondere bijstand aan voor de kosten van een verzoek tot ondervolmachtstelling en de kosten van een volmacht over 2008, welke door het college van burgemeester en wethouders van Groningen werden afgewezen wegens onvoldoende bewijs van daadwerkelijke kosten.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en bepaalde dat het college opnieuw moest beslissen, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak omdat betrokkene onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de kosten zich daadwerkelijk voordoen.
De Raad overweegt dat bij een aanvraag om bijzondere bijstand de aanvrager moet aantonen dat de kosten bestaan, noodzakelijk zijn en voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Betrokkene heeft alleen algemene nota’s overgelegd en onvoldoende gedetailleerde informatie verstrekt over de verrichte werkzaamheden.
Daarom verklaart de Raad het beroep ongegrond en vernietigt het besluit van 5 oktober 2010 dat was genomen naar aanleiding van de eerdere uitspraak van de rechtbank. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van bijzondere bijstand wordt gehandhaafd.