ECLI:NL:CRVB:2012:BV7187
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens onvoldoende motivering woonplaats
Appellante ontving sinds 2001 bijstand en het college stelde op basis van laag water- en energieverbruik en sociaal rechercheonderzoek dat zij niet op het opgegeven adres woonde. Het college trok de bijstand in en vorderde de kosten terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellante ging in hoger beroep en betoogde dat het lage verbruik verklaard kon worden door spaarzaam gebruik en depressies en dat de verklaringen van getuigen onvoldoende concreet waren.
De Raad oordeelt dat het college onvoldoende feitelijke grondslagen heeft geleverd om het standpunt te onderbouwen dat appellante niet op het adres woonde. Het lage verbruik alleen is onvoldoende en ook de verklaringen van getuigen zijn niet concreet of verifieerbaar genoeg.
Daarom is het besluit van het college niet deugdelijk gemotiveerd en wordt het vernietigd. Het college wordt veroordeeld in de kosten van appellante en het griffierecht wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het college wordt veroordeeld in de kosten.