ECLI:NL:CRVB:2012:BV7189
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens onvoldoende meewerken aan arbeidsinschakeling
Appellant ontvangt bijstand op grond van de WWB en werd medisch en arbeidskundig onderzocht. Uit het arbeidskundig rapport bleek dat appellant 30 uur per week kon deelnemen aan een traject richting reguliere arbeid. Appellant startte niet met aangeboden trajecten en meldde zich op enkele momenten ziek, terwijl de bedrijfsarts stelde dat hij met zijn klachten kon werken.
Het college verlaagde de bijstand eenmalig met € 200 en later met € 400 wegens het niet nakomen van verplichtingen en het onterecht ziekmelden. Appellant voerde aan dat het werkhervattingsadvies onjuist was en dat hij recht had op een second opinion binnen zeven dagen, wat hij niet tijdig had aangevraagd.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat appellant geen rechten aan het verzuimprotocol kon ontlenen. De Raad bevestigt deze uitspraak, stelt vast dat appellant zich ten onrechte ziek heeft gemeld en dat de verlaging van de bijstand terecht is toegepast, mede gezien eerdere maatregelwaardige gedragingen en zonder dat schulden een reden vormen voor een lagere verlaging.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met € 400,-- wegens onvoldoende medewerking aan arbeidsinschakeling wordt bevestigd.