ECLI:NL:CRVB:2012:BV7196
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens schending inlichtingenverplichting en onduidelijke woonsituatie
Appellant diende een aanvraag om bijstand in en gaf op te wonen op een specifiek adres. Het college voerde een onderzoek uit, waaronder verklaringen op kantoor en een huisbezoek, en concludeerde dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat hij op het uitkeringsadres woonde. Het bezwaar tegen de afwijzing werd ongegrond verklaard door het college en de rechtbank.
In hoger beroep stelde appellant dat het huisbezoek onrechtmatig was omdat het ontbrak aan een redelijke grond en aan 'informed consent'. De Raad oordeelde dat er wel een redelijke grond was, gebaseerd op eerdere bezoeken en verklaringen van appellant die twijfel opriepen over zijn woonsituatie. Hoewel het college niet kon aantonen dat appellant volledig was geïnformeerd over het huisbezoek, maakte dit het gebruik van de bevindingen niet onrechtmatig.
De Raad bevestigde dat de vraag naar het woonadres op basis van concrete feiten moet worden beantwoord en dat appellant onvoldoende duidelijkheid had verschaft. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de bijstandsaanvraag bevestigd.