ECLI:NL:CRVB:2012:BV7200
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens niet meewerken aan arbeidsinschakeling ondanks medische beoordeling
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en werd door het college meerdere malen eenmalig gekort op zijn bijstandsuitkering wegens het niet meewerken aan een voortraject gericht op arbeidsinschakeling. Dit ondanks medische klachten die appellant aanvoerde. Een bedrijfsarts had echter vastgesteld dat appellant in staat was om het traject te volgen, mits rekening werd gehouden met zijn klachten.
Appellant had zich ziek gemeld op de startdatum van het voortraject, terwijl het college op basis van medische adviezen meende dat hij had moeten deelnemen. Tevens had appellant een verzoek om een second opinion ingediend, maar dit verzoek was niet tijdig gedaan volgens het verzuimprotocol dat een termijn van zeven dagen voorschrijft. De rechtbank had het beroep van appellant tegen de verlaging van de bijstand gegrond verklaard vanwege onvoldoende motivering van het college.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat appellant geen recht had op een second opinion, omdat de termijn ruimschoots was verstreken. Op basis van de arbeidsgeschiktheidsverklaring mocht het college aannemen dat appellant verplicht was deel te nemen aan het traject. De Raad bevestigt daarom de verlaging van de bijstand en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de verlaging van de bijstand wegens niet meewerken aan het arbeidsinschakelingstraject en wijst het hoger beroep af.