ECLI:NL:CRVB:2012:BV7202
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak terugvordering lening na beëindiging cateringbedrijf
Appellant en zijn echtgenote ontvingen een rentedragende lening van €85.600 voor hun cateringbedrijf, dat zij per 1 januari 2008 beëindigden. Het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen vorderde op grond daarvan het bedrijfskapitaal van €76.376,74 terug. De rechtbank Utrecht verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank fouten maakte in de procesvoering, zoals het richten van correspondentie aan zijn neef en het ongelijk behandelen van verdagingsverzoeken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant hierdoor niet in zijn procesbelangen was geschaad en dat de rechtbank het verdagingsverzoek van appellant terecht had afgewezen wegens het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden.
De Raad concludeerde dat de aangevallen uitspraak op juiste wijze tot stand is gekomen en bevestigde het vonnis van de rechtbank. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank Utrecht wordt bevestigd.