ECLI:NL:CRVB:2012:BV7372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WIA-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, voormalig onderwijsassistente, heeft zich ziek gemeld in 2005 en na diverse periodes van ziekte en uitkeringen is haar arbeidsongeschiktheid beoordeeld in het kader van de Wet WIA. De verzekeringsarts concludeerde dat zij verminderd belastbaar is op mentaal gebied en fysiek niet te belastend werk moet verrichten. De arbeidsdeskundige stelde vast dat zij niet geschikt is voor haar eigen werk, maar wel voor andere functies, resulterend in een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%.
Appellante betwistte dit en overhandigde medische rapporten, waaronder van haar psychiater die PTSS constateerde. Het bezwaar werd ongegrond verklaard na bevestiging door een bezwaarverzekeringsarts en arbeidsdeskundige. De rechtbank schakelde een onafhankelijke psychiater in, die concludeerde dat appellante matig depressieve klachten heeft met PTSS, maar geschikt is voor de geselecteerde functies. De rechtbank volgde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
De Centrale Raad van Beroep sluit zich aan bij het oordeel van de rechtbank en de onafhankelijke deskundige. De door appellante overgelegde medische stukken leiden niet tot een ander oordeel. Het Uwv heeft terecht vastgesteld dat appellante geen recht heeft op een WIA-uitkering vanaf 29 november 2007. De aangevallen uitspraak wordt bevestigd.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht op een WIA-uitkering omdat haar arbeidsongeschiktheid minder dan 35% bedraagt.