ECLI:NL:CRVB:2012:BV7595
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- C.C.W. Lange
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering naar 35-45% arbeidsongeschiktheid
Appellant, voormalig weger/administratief medewerker, stopte in 1987 met werken vanwege gezondheidsklachten en ontving een WAO-uitkering van 80 tot 100% arbeidsongeschiktheid. Na herzieningsbesluiten van het UWV werd de uitkering in 2009 aangepast naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten en stelde dat het medisch onderzoek onvolledig was en dat de diagnose fibromyalgie en zijn persoonlijkheidsstoornis onvoldoende waren meegewogen.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het besluit van 11 augustus 2009 niet-ontvankelijk en wees het beroep tegen het bestreden besluit van 15 november 2010 af. In hoger beroep betoogde appellant dat het UWV onjuiste maatman en maatmaninkomen hanteerde. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV een zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek had verricht en dat appellant geen nieuwe medische stukken had overgelegd die tot een andere uitkomst konden leiden.
De Raad onderschreef de uitgebreide overwegingen van de rechtbank en concludeerde dat appellant op grond van zijn functionele mogelijkheden in staat was de besproken functies te vervullen, wat een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% rechtvaardigt. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. De Raad zag geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De herziening van de WAO-uitkering naar een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45% wordt bevestigd.