ECLI:NL:CRVB:2012:BV7612
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewet-uitkering wegens geschiktheid voor WIA-functies
Appellant, voormalig rozenknipper, viel in 2006 uit en ontving aanvankelijk een WIA-uitkering. Na ziekmelding in 2009 met klachten als hoofdpijn en rugpijn, kende het UWV hem een Ziektewet-uitkering toe. Een verzekeringsarts concludeerde in januari 2010 dat deze klachten niet tot zodanige beperkingen leidden dat appellant niet kon werken. Het UWV beëindigde daarop de ZW-uitkering.
Appellant maakte bezwaar en ging in beroep bij de rechtbank, die het UWV-standpunt volgde. In hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep werd overwogen dat appellant geschikt is voor ten minste één van de in het kader van de WIA geselecteerde functies zoals sorteerder of productiemedewerker. Psychologische rapportages die beperkingen stelden, werden niet objectief onderbouwd en konden het oordeel niet wijzigen.
De Raad oordeelde dat er geen aanleiding was voor benoeming van een deskundige en bevestigde het besluit tot beëindiging van de ZW-uitkering. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziektewet-uitkering van appellant wordt beëindigd omdat hij geschikt is voor functies binnen de Wet WIA.