ECLI:NL:CRVB:2011:BP7599
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- J. Riphagen
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks toelating tot WSW-doelgroep
Appellant, voormalig productie medewerker, ontving een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid die in 2005 werd ingetrokken vanwege een mate van arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na bezwaar en beroep werd het besluit deels vernietigd, maar bleef de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld tussen 34-45%. In 2007 vroeg appellant herbeoordeling na een operatie, waarbij een verzekeringsarts beperkingen vaststelde, leidend tot een herziening van de uitkering naar 15-25% arbeidsongeschiktheid.
Appellant maakte bezwaar tegen deze herziening, stellende dat zijn beperkingen onderschat waren, mede gezien zijn toelating tot de WSW-doelgroep met een ander toetsingskader en meer psychische beperkingen. De bezwaarverzekeringsarts concludeerde echter dat er weliswaar forse beperkingen waren in lopen en staan, maar geen beperkingen aan armen, romp en nek, waardoor benutbare arbeidsmogelijkheden aanwezig zijn.
De Raad onderschreef de medische en arbeidskundige grondslag van het besluit, benadrukte het verschil in toetsingskader tussen WAO en WSW en stelde dat de toelating tot de WSW-doelgroep niet doorslaggevend is voor de WAO-beoordeling. Appellant wordt geacht zittend werk te kunnen verrichten mits de mogelijkheid tot vertreden aanwezig is. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot herziening van de WAO-uitkering en verklaart het beroep ongegrond.