ECLI:NL:CRVB:2012:BV7853
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens niet-melding hennepkwekerij
Appellant ontvangt sinds 2005 bijstand op grond van de WWB. Na een doorzoeking in juli 2009 waarbij een hennepkwekerij in zijn woning werd aangetroffen, stelde het college een onderzoek in en besloot de bijstand over de periode april tot juli 2009 in te trekken en terug te vorderen wegens schending van de inlichtingenverplichting.
Appellant voerde aan dat geen formeel intrekkingsbesluit was genomen, dat hij geen inkomsten uit de hennepkwekerij had, dat de kwekerij pas in mei 2009 was gestart en dat zijn verklaringen onder dwang waren afgelegd. De Raad oordeelde dat het besluit tot intrekking wel degelijk was genomen en dat het ontbreken van inkomsten op bankafschriften niet uitsluit dat er inkomsten waren.
De verklaringen van appellant werden als betrouwbaar beoordeeld, ook zijn stelling dat de kwekerij pas in mei was gestart werd verworpen op basis van reisgegevens en verklaringen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.