ECLI:NL:CRVB:2012:BV7932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-medewerking huisbezoek
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en woonde op een adres waar sinds januari 2008 gas en elektriciteit waren afgesloten. Het college startte een onderzoek naar de juistheid van de verstrekte gegevens en voerde een huisbezoek uit op 7 september 2009. Omdat appellante niet volledig meewerkte aan het huisbezoek, trok het college de bijstand met ingang van die datum in. De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat er een redelijke grond was voor het huisbezoek, omdat er op basis van de verklaring van appellante twijfel bestond over de juistheid van haar woonadres. De stelling dat het college al bekend was met de afgesloten nutsvoorzieningen maakt dit niet anders. Verder heeft appellante niet aannemelijk gemaakt dat de handhavingsmedewerkers zich onbehoorlijk gedroegen, zodat haar weigering om het huisbezoek voort te zetten niet gerechtvaardigd was.
Ook het argument dat haar psychiatrische gesteldheid haar verhinderde tot medewerking werd verworpen, omdat zij dit niet aannemelijk had gemaakt. De Raad concludeert daarom dat appellante niet voldeed aan haar medewerkingsverplichting en bevestigt de intrekking van de bijstand door het college.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens niet-naleving van de medewerkingsverplichting.