ECLI:NL:CRVB:2012:BV7995
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging arbeidsverplichtingen sociale activering met limiet van twintig uur per week
Appellant ontvangt sinds 1988 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college heeft hem ontheven van bepaalde verplichtingen, maar opgelegd dat hij maximaal twintig uur per week sociale activering moet verrichten en moet meewerken aan een onderzoek naar zijn arbeidsmogelijkheden.
Appellant betwist deze verplichtingen en stelt dat zijn gezondheidsklachten ernstiger zijn dan erkend en dat het onderzoek geen redelijk doel dient omdat alle benodigde gegevens via de Geestelijke Gezondheidszorg beschikbaar zijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad oordeelt dat appellant voldoende procesbelang heeft omdat de uitspraak betekenis kan hebben voor toekomstige besluiten. Het onderzoek naar zijn arbeidsmogelijkheden is zorgvuldig verricht, rekening houdend met zijn klachten en beperkingen. Het college mag bepalen welke re-integratievoorziening passend is en welk onderzoek daarvoor nodig is.
De Raad wijst erop dat het GGZ geen oordeel geeft over arbeidsmogelijkheden en dat het programma 'Ieder een Plek' inzicht verschaft in competenties en mogelijkheden van appellant. Het hoger beroep faalt en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de opgelegde arbeidsverplichtingen met een limiet van twintig uur sociale activering per week en de verplichting tot medewerking aan een onderzoek.