ECLI:NL:CRVB:2012:BV8011
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV en opdracht tot nieuw besluit inzake WAO-uitkering wegens volledige arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WAO-uitkering per 9 maart 2004, die door het UWV werd geweigerd op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, omdat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom appellante bepaalde functies zou kunnen vervullen. Het UWV handhaafde het besluit in een nieuw besluit op bezwaar.
De Centrale Raad van Beroep heropende het onderzoek en benoemde deskundigen die concludeerden dat appellante op genoemde datum volledig arbeidsongeschikt was vanwege een paniekstoornis met agorafobie en een depressieve stoornis, met zeer beperkte functionele mogelijkheden. Het UWV kon deze conclusies niet weerleggen met voldoende motivatie.
De Raad vernietigde het besluit van 17 april 2008 en het eerdere vonnis voor zover het het UWV opdroeg een nieuw besluit te nemen. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de volledige arbeidsongeschiktheid. Tevens werd het onderzoek heropend voor een nadere uitspraak over schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. Het UWV werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het UWV-besluit van 17 april 2008 wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen op basis van volledige arbeidsongeschiktheid per 9 maart 2004.