ECLI:NL:CRVB:2012:BV8087
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- M.A. Hoogeveen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na medisch deskundigenonderzoek
Appellant ontving sinds mei 1999 een WAO-uitkering vanwege arbeidsongeschiktheid, met een mate van 80% of meer. Na een CVA in 2002 en klachten aan rug, arm en suikerziekte, heeft het UWV in oktober 2008 de uitkering ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%.
Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard door het UWV. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant eveneens ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en appellant dit niet met eigen medische gegevens weerlegde.
De Raad benoemde een onafhankelijke neuroloog die appellant onderzocht en concludeerde dat het CVA geen restverschijnselen vertoonde die de belastbaarheid beïnvloeden. De deskundige bevestigde de vastgestelde belastbaarheid en achtte appellant in staat tot bepaalde functies.
De Raad volgt de hoofdregel dat het oordeel van een door haar ingeschakelde deskundige wordt gevolgd, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Omdat appellant geen commentaar gaf op het deskundigenrapport en het rapport zorgvuldig en consistent is, bevestigt de Raad de intrekking van de WAO-uitkering.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende medische beperkingen.