ECLI:NL:CRVB:2012:BV8266
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.G. Treffers
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bovenwettelijke uitkering wegens migratie naar Marokko
Appellant ontving vanaf 2004 een WW-uitkering en een aanvullende bovenwettelijke uitkering. Na zijn migratie naar Marokko in 2005 werd de WW-uitkering ingetrokken, maar de bovenwettelijke uitkering werd onterecht door Loyalis voortgezet vanaf 2007.
De minister trok in 2009 de bovenwettelijke uitkering met terugwerkende kracht in en vorderde de onterecht betaalde bedragen terug. De rechtbank oordeelde dat de minister ten onrechte had herzien, omdat er geen uitkeringsrelatie meer bestond, maar erkende dat terugvordering terecht was.
De Raad stelt vast dat er geen besluit tot intrekking van de bovenwettelijke uitkering was genomen en vernietigt het vonnis van de rechtbank. De Raad oordeelt dat het appellant redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn dat hij ten onrechte uitkering ontving en dat de minister het beleid consistent toepast.
Daarom verklaart de Raad het beroep ongegrond, bevestigt de rechtmatigheid van de intrekking met terugwerkende kracht en veroordeelt de minister tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de minister mocht de bovenwettelijke uitkering met terugwerkende kracht intrekken.