ECLI:NL:CRVB:2012:BV8333
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maximale premie vaststelling vrijwillige AOW en Anw verzekering over 2007
Appellante, vrijwillig verzekerd voor de AOW en Anw sinds 1989, was het niet eens met de vaststelling van de premie over 2007 op het maximale bedrag van €4.796,00 door de Sociale verzekeringsbank (Svb). Zij stelde dat de premie op een minimale hoogte had moeten worden vastgesteld omdat zij niet kon reageren op verzoeken om inkomensgegevens vanwege het ontbreken van de benodigde stukken en nalatigheid van haar boekhouder.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar ongegrond en oordeelde dat de inkomensgegevens die appellante pas in de beroepsfase overlegde, buiten beschouwing moesten blijven omdat zij deze in de bestuurlijke fase had moeten aanleveren. De Raad sluit zich hierbij aan en benadrukt dat appellante zich niet kan verschuilen achter nalatigheid van haar boekhouder en dat de Svb niet bevoegd is om de premie op basis van de financiële situatie lager vast te stellen.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het beroep van appellante af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen in het openbaar op 9 maart 2012 door de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de maximale premievaststelling over 2007 en verklaart het beroep ongegrond.