ECLI:NL:CRVB:2012:BV8334
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende medische motivering
De zaak betreft het hoger beroep van het UWV tegen een uitspraak van de rechtbank Zutphen die het besluit van het UWV inzake de mate van arbeidsongeschiktheid van een werknemer vernietigde wegens een motiveringsgebrek. De werknemer had een WAO-uitkering toegekend gekregen naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%, maar het UWV slaagde er niet in de medische grondslag van het besluit voldoende te onderbouwen.
Na diverse rapporten van verzekeringsartsen, psychiater en arbeidsdeskundigen en meerdere besluiten tot afwijzing van bezwaar, oordeelde de rechtbank dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd waarom bepaalde beperkingen waren vastgesteld. De Centrale Raad van Beroep bevestigde dat het UWV niet in staat was dit gebrek te herstellen en vernietigde het bestreden besluit definitief.
De Raad stelde tevens vast dat de WAO-uitkering van de werknemer is geëindigd met ingang van de eerste dag van de maand waarin de werknemer de leeftijd van 65 jaar bereikte, conform de wettelijke bepalingen. De Raad veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan betrokkene.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende medische motivering en de WAO-uitkering is geëindigd bij het bereiken van 65 jaar.