ECLI:NL:CRVB:2012:BV8696
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verlenging startperiode werkzaamheden tijdens WW-uitkering
Appellant ontving een WW-uitkering en kreeg toestemming van het UWV om werkzaamheden te verrichten in een eigen bedrijf voor een startperiode van 26 weken. Na bezwaar tegen de duur van deze periode werd de einddatum aangepast, maar verlenging van de startperiode werd geweigerd op grond van artikel 77a van de WW.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een verzoek om schadevergoeding af. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad oordeelde dat de wet niet toestaat om de startperiode langer dan 26 weken toe te kennen en dat het bezwaar tegen de duur van de startperiode daarom niet slaagt.
Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen omdat het beroep ongegrond was. De Raad concludeerde dat appellant op de hoogte was van de regels omtrent werkbriefjes en de duur van de startperiode, en dat het UWV correct heeft gehandeld binnen de wettelijke kaders.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de startperiode niet verlengd kan worden en wijst het verzoek om schadevergoeding af.