ECLI:NL:CRVB:2012:BV8914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens niet gemelde zelfstandige werkzaamheden met opgelegde boete
Appellant verrichtte vanaf 3 februari 2003 werkzaamheden als zelfstandige zonder dit te melden aan het Uwv op de werkbriefjes, waardoor zijn WW-uitkering onterecht werd toegekend. Het Uwv herzag de uitkering en vorderde het onverschuldigde bedrag terug, en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant stelde in hoger beroep dat hij zijn werknemerschap had herkregen en dat het onredelijk was de herziening en terugvordering in stand te laten vanwege fouten van het Uwv en negatieve resultaten van zijn zelfstandige werkzaamheden.
De Raad oordeelt dat appellant de inlichtingenplicht heeft geschonden door geen uren als zelfstandige op te geven, dat het Uwv het beleid uit de ZZP-Handleiding consistent heeft toegepast en dat de boete terecht is opgelegd maar gehalveerd vanwege onvoldoende adequaat reageren van het Uwv op re-integratierapporten. Het beroep tegen het besluit van 16 september 2010 wordt ongegrond verklaard, het eerdere besluit van 12 september 2008 vernietigd en het Uwv veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 16 september 2010 wordt ongegrond verklaard en de boete van €1.000 wordt bevestigd.