ECLI:NL:CRVB:2012:BV8996
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet-woonachtig zijn en gezamenlijke huishouding
Appellante ontving bijstand naar de norm voor een alleenstaande, maar het dagelijks bestuur van Optimisd trok deze bijstand in vanwege vermoedens dat zij niet woonachtig was op het opgegeven adres en een gezamenlijke huishouding voerde met [v./d. E.]. Dit werd onderzocht aan de hand van verbruikscijfers van nutsvoorzieningen, verklaringen van betrokkenen en een sociaal rechercheonderzoek.
De voorzieningenrechter stelde vast dat appellante niet woonachtig was op het opgegeven adres en dat zij en [v./d. E.] een gezamenlijke huishouding voerden, waardoor appellante als gehuwde moest worden aangemerkt en geen recht had op bijstand als alleenstaande. Appellante voerde aan dat haar verklaringen niet betrouwbaar waren vanwege kwetsbaarheid en druk, maar de Raad oordeelde dat de verklaringen betrouwbaar waren en het psychologisch rapport geen aanleiding gaf tot twijfel.
De Raad concludeerde dat ondanks de schending van de inlichtingenverplichting het recht op bijstand kan worden vastgesteld, in dit geval nihil. De intrekking van de bijstand was daarom terecht en de aangevallen uitspraak werd bevestigd. Een nieuwe beslissing op bezwaar was niet nodig.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd omdat appellante niet woonachtig was op het opgegeven adres en een gezamenlijke huishouding voerde, waardoor het recht op bijstand nihil was.