ECLI:NL:CRVB:2012:BV9267
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herbeoordeling en terugvordering WW-uitkering zelfstandige na niet-melding werkzaamheden
Appellante ontving een WW-uitkering en verrichtte tegelijkertijd werkzaamheden als zelfstandige meubelstoffeerder zonder deze opgave te doen aan het UWV. Het UWV trok de WW-uitkering in en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante redelijkerwijs wist dat zij haar zelfstandige werkzaamheden moest melden.
In hoger beroep stelde appellante dat zij onjuist was geïnformeerd door het UWV en dat het aanspreken van haar oudedagsvoorziening een dringende reden vormde om terugvordering te voorkomen. De Raad beoordeelde het beleid van het UWV, waaronder de Handleiding herbeoordeling ZZP-dossiers, en oordeelde dat het UWV consistent heeft gehandeld.
De Raad vernietigde het eerdere vonnis en verklaarde het beroep gegrond tegen het besluit van 31 oktober 2007, maar verklaarde het beroep tegen het nieuwe besluit van 9 februari 2011 ongegrond. Er was geen sprake van onjuiste informatieverstrekking en geen dringende reden om terugvordering te voorkomen. Het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van 31 oktober 2007 wordt gegrond verklaard en dat tegen het besluit van 9 februari 2011 ongegrond; het UWV wordt veroordeeld in proceskosten.