ECLI:NL:CRVB:2012:BV9417
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.J.A. Kooijman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij autohandel en reparatie
Appellant en zijn partner ontvingen sinds 2003 bijstand. Naar aanleiding van signalen over autohandel verrichtte de sociale recherche een onderzoek, dat leidde tot het besluit van het college om de bijstand met ingang van 28 september 2008 in te trekken wegens schending van de inlichtingenverplichting.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering, maar handhaafde de rechtsgevolgen vanwege de schending. Appellant stelde in hoger beroep dat hij zich niet kon verweren tegen het niet melden van reparatiewerkzaamheden, maar de Raad oordeelde dat hij daar voldoende gelegenheid toe had gehad.
De Raad stelde vast dat appellant inkomsten uit autohandel en reparatie had, zonder administratie of betalingsbewijzen, waardoor het recht op bijstand over de periode niet kon worden vastgesteld. De stelling dat hij alleen eigen auto’s repareerde werd niet aannemelijk gemaakt.
De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wordt bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting door het niet melden van inkomsten uit autohandel en autoreparatie.