ECLI:NL:CRVB:2012:BV9465
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- C.P.J. Goorden
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van loondoorbetalingsplicht werkgever tijdens ziekte bij arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd
Appellante sloot op 4 februari 2009 een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met haar werkgever, waarin een nuluren oproepcontract werd gehanteerd met een einddatum van 5 augustus 2009. Na ziekmelding op 19 maart 2009 ontbond de werkgever de overeenkomst per 17 maart 2009 wegens gebrek aan opdrachten. Appellante verzocht het UWV om een Ziektewet-uitkering, die werd afgewezen omdat de werkgever verplicht is tot loondoorbetaling tijdens ziekte.
De rechtbank stelde vast dat appellante volgens een vast rooster werkte, waardoor sprake was van een doorlopende arbeidsrelatie en geen voorovereenkomst. De werkgever had zich niet het recht voorbehouden de overeenkomst tussentijds met onmiddellijke ingang te ontbinden. De ontbinding was daarom niet rechtsgeldig en appellante stemde hier ook niet mee in.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt deze beoordeling en oordeelt dat de werkgever gehouden is tot loondoorbetaling op grond van artikel 7:629 BW Pro. Het beroep van appellante tegen het in stand laten van de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit faalt, omdat zij geen recht heeft op Ziektewet-uitkering zolang de arbeidsovereenkomst voortduurt en de werkgever loon moet doorbetalen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de werkgever verplicht is tot loondoorbetaling tijdens ziekte en wijst het hoger beroep af.