ECLI:NL:CRVB:2012:BV9568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.N.A. Bootsma
- H.D. Stout
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens gezamenlijke huishouding
Appellanten maakten bezwaar tegen de intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 14 juli 2003 tot en met 7 oktober 2007, omdat het college aannam dat zij een gezamenlijke huishouding voerden. De rechtbank had hun beroepen ongegrond verklaard en de Centrale Raad van Beroep bevestigt deze uitspraak.
De Raad baseert zich op het onderzoek van de sociale recherche, dat voldoende bewijs levert dat appellanten hun hoofdverblijf in dezelfde woning hadden en zorg droegen voor elkaar, zoals gezamenlijke boodschappen en huishoudelijke taken. De verklaring van appellante, ondanks haar zwakbegaafdheid, wordt als betrouwbaar beoordeeld.
De Raad verwerpt het verweer dat het onderzoek te laat is gestart en concludeert dat aan de wettelijke criteria voor gezamenlijke huishouding is voldaan. Het hoger beroep wordt afgewezen en de intrekking en terugvordering van bijstand blijft in stand.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand wegens gezamenlijke huishouding wordt bevestigd.