ECLI:NL:CRVB:2012:BV9784
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vergoeding opleidingskosten voor gesubsidieerde arbeidsplaatsen in hoger beroep
Appellanten werkten op gesubsidieerde arbeidsplaatsen en vroegen vergoeding voor opleidingskosten in het kader van uitstroom naar regulier werk. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam wees deze aanvragen af, wat door appellanten werd aangevochten.
De Raad oordeelde dat appellanten 1, 2 en 5 geen procesbelang hadden omdat zij vergoeding vroegen voor andere opleidingen dan in de bestreden besluiten. Hun beroepen werden daarom niet-ontvankelijk verklaard. Appellante 3 had een deeltijdfunctie en ontving daarnaast een WW-uitkering, waardoor zij geen recht had op ondersteuning volgens artikel 7 WWB Pro.
Appellant 4 werd door het college als voldoende gekwalificeerd beschouwd om regulier werk te verrichten en de gevraagde voorziening was niet noodzakelijk voor arbeidsinschakeling. Er waren geen bijzondere omstandigheden die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigden. De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees de beroepen van appellanten 3 en 4 af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Hoger beroepen van appellanten 1, 2 en 5 niet-ontvankelijk verklaard; afwijzing van aanvragen voor appellanten 3 en 4 bevestigd.