ECLI:NL:CRVB:2012:BV9843
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek postume toelating echtgenoot tot vrijwillige ANW-verzekering
Appellante verzocht om postume toelating van haar overleden echtgenoot tot de vrijwillige verzekering ingevolge de Algemene nabestaandenwet (ANW). De Sociale verzekeringsbank (Svb) wees dit verzoek af omdat het niet binnen de wettelijke termijn van één jaar na het einde van de verplichte verzekering was ingediend.
Appellante stelde dat zij en haar echtgenoot onvolledig en onjuist waren geïnformeerd door de Svb, waardoor zij zich niet hadden aangemeld. De rechtbank en later de Centrale Raad van Beroep oordeelden dat appellante deze stellingen onvoldoende aannemelijk had gemaakt.
De Raad overwoog dat de echtgenoot van appellante meerdere malen door de Svb was gewezen op de mogelijkheid tot vrijwillige verzekering en dat er geen bewijs was van misleiding of onjuiste informatie. De overschrijding van de aanmeldingstermijn kon daarom niet worden gepasseerd.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot postume toelating tot vrijwillige ANW-verzekering wordt afgewezen wegens overschrijding van de aanmeldingstermijn zonder bijzondere omstandigheden.